‘Pak als bedrijf je maatschappelijke rol bij een crisis’
Foto’s: Ron Magielse
Wat gebeurt er als in Breda plotseling de stroom uitvalt? Geen internet, geen
pinbetalingen, misschien na enkele uren ook geen mobiel bereik. Voor bedrijven is de
eerste reflex logisch: hoe houd ik mijn eigen organisatie draaiende? Maar daarna
volgt een minstens zo belangrijke vraag: wie om mij heen kan ik helpen? Dat was de
hoofdvraag tijdens de inspiratiebijeenkomst van Betrokken Ondernemers Breda,
donderdag 24 september.
In de aula van Chassé Carré, het thuishonk van gastheer BredaPhoto, opent gespreksleider
Jeroen Baardemans met zijn ervaring tijdens de grote stroomstoring in Portugal en Spanje,
vorig jaar. Hij was met zijn gezin op een camping in Portugal. Hij zag met eigen ogen hoe
iedereen zich eerst bezighield met zijn eigen gezin, water, eten en vervoer, maar dat snel
daarna campinggasten elkaar gingen helpen. “Iemand vertaalde berichten van de Portugese
radio, anderen deelden water of probeerden voedsel koel te houden.”

Friso Wijnen met een uitleg over dit mooie wandkleed.
Samenwerken is de sleutel
Hoe doe je dat als bedrijf of organisatie, maakt hij de brug naar het thema van de middag.
“We moeten ook bedenken: als er iets gebeurt, wat doe ik dan in lokaal en maatschappelijk
opzicht?” Kijken naar de overheid, blijkt dan toch vaak de eerste reflex. Wat doet de
gemeente of het Rijk voor ons? Dat herkent burgemeester Paul Depla. Deels terecht, maar
daar komen we er niet mee, maakt hij duidelijk. Want: “Een grote crisis is geen zaak van de
overheid alleen. Gemeente, bedrijven, organisaties en inwoners zullen elkaar nodig hebben.
Samenwerken is de sleutel.”
De gemeente pakt echt wel zijn rol, maakt hij duidelijk. Zo werkt Breda aan het versterken
van weerbaarheid en richt zich daarbij onder meer op kwetsbare groepen, scholen en
ondernemers. Maar bedrijven moeten volgens Depla verder kijken dan hun eigen
continuïteit: waar zitten de kwetsbaren en wat gebeurt er als bijvoorbeeld de elektriciteit
langere tijd uitvalt? Voorbereiding is volgens hem nadrukkelijk een gezamenlijke opgave.
“Dat kunnen we als overheid niet alleen. Dat moeten we samen met de ondernemers doen.
Samen voorbereid zijn op onverwachte gebeurtenissen en samen de stad sterker maken.”
Bij Patrick Meeren, manager sustainability van Brand Masters, zet deze oproep van Depla
de radertjes aan het draaien, vertelt hij na de bijeenkomst. “Wij hebben een enorm
zonnepark op het dak, zaak om te zorgen dat we dat kunnen loskoppelen van het net, zodat
we stroom hebben als er een grote storing is”, zo formuleert hij een actiepunt voor de
komende periode. Zodat het bedrijf zoveel mogelijk kan doordraaien, en het ook van
betekenis kan zijn voor anderen, als stroompunt? “Inderdaad.” Maar ook de enorme
voorraad aan houdbaar lekkers in de opslag kan van waarde zijn. “Daar zitten in elk geval
veel calorieën in.”
Maak een plan en oefen
Nadenken over wat de effecten zijn voor je bedrijf, is sowieso stap één, maakt plaatsvervangend commandant van het Defensie Cyber Commando Jorrit de Gruijter duidelijk. Wie weerbaar wil zijn, moet volgens hem niet proberen iedere mogelijke crisis te voorspellen. Belangrijker is weten welke processen essentieel zijn, waarvan je afhankelijk bent en wat je doet als zo’n afhankelijkheid wegvalt.
Daarbij is niet het plan zelf het belangrijkste, maar het nadenken erover. “Door vooraf
scenario’s te bespreken, weten mensen beter welke rol zij hebben als er werkelijk iets
gebeurt. De werkelijkheid loopt altijd anders dan gedacht.”
En, zo benadrukt hij: de kans op een internationale crisis waar Nederland bij betrokken is, is
groot. Net zoals de effecten van klimaatverandering invloed hebben. Zijn oproep is daarom
eenvoudig: “Denk hierover na. Kom met een plan. En oefen het.” De Gruijter adviseerde
bedrijven zelfs eens te testen wat er gebeurt als de stroom een paar uur uitgaat. Dan wordt
snel duidelijk welke oplossingen werken en welke afhankelijkheden over het hoofd zijn
gezien.
Maar weerbaarheid gaat voor hem verder dan het eigen bedrijf. “Zie om naar elkaar”, houdt
hij de ongeveer honderd aanwezigen voor. Vanuit gezin, buren en familie loopt die lijn door
naar organisaties en bedrijven: wat kun je zelf bijdragen wanneer de samenleving onder
druk komt te staan?
De Gruijter koppelt daar een heel concrete oproep aan: kijk ook naar reservisten. Door dit
als bedrijf mogelijk te maken, profiteer je er ook van in tijden van crisis. Door
kennisuitwisseling, maar ook omdat defensie het salaris betaalt van een medewerker die
wordt ingezet in crisistijd.
“Maak dus beleid voor reservisten”, roept hij de ondernemers op. “Ik denk dat jullie niet eens
altijd weten dat je een reservist in dienst hebt. Enthousiasmeer dat.” Stefan Jorissen,
regiodirecteur verzekeren & pensioenen bij Rabobank en kersvers lid van de Raad van
Toezicht bij BOB, maakt vanuit de zaal duidelijk dat zo’n reservistenbeleid daar inmiddels is
doorgevoerd en dat mensen twee weken per jaar doorbetaald worden voor reservistentaken.
De achterliggende gedachte bij de inzet voor reservisten is dezelfde als bij de hele
bijeenkomst: mensen en organisaties hebben kwaliteiten en mogelijkheden die in bijzondere
omstandigheden ook buiten hun dagelijkse werk van waarde kunnen zijn.

Robbert Meulemeester tijdens zijn workshop Bedrijfscontinuïteit.
Van zelfredzaamheid naar samenredzaamheid
Precies daar sluit Jaap van Boven van het Rode Kruis op aan tijdens zijn workshop. Hij
gebruikt daarvoor het woord samenredzaamheid. “Vaak spreken we in de wijk over elkaar
helpen. Hier gebruiken we het woord iets anders: het bedrijf helpt de omgeving.”
Tijdens een langdurige stroomstoring worden onderlinge afhankelijkheden snel zichtbaar.
Bijvoorbeeld als het gaat om communicatie en zorgen voor voldoende eten en drinken.
Vooral mensen die minder zelfredzaam zijn, kunnen dan hulp nodig hebben.
Daar ligt volgens het Rode Kruis ook een mogelijke rol voor bedrijven. Misschien beschikt
een organisatie over een ruimte waar mensen terechtkunnen, geeft hij een voorzet.
Misschien staat er een aggregaat, zijn er voertuigen beschikbaar of werken er mensen die
praktische hulp kunnen bieden.
Het doel: niet allemaal losse bedrijven die ieder voor zich een crisis proberen door te komen,
maar een veerkrachtig netwerk. Precies daarin ligt de rol van Betrokken Ondernemers
Breda, merkt directeur Lieke van Boxtel van Betrokken Ondernemers Breda aan het begin
van de bijeenkomst al duidelijk. “Wij zijn dat maatschappelijk betrokken netwerk.” De oproep
van Jaap is helder: “Sla de handen in elkaar, werk samen en kijk eens om je heen hoe je als
bedrijf iets kunt betekenen voor je omgeving.”
Daan van den Eenden van Pageking concludeert eerst dat zijn bedrijf, gespecialiseerd in
digitale strategie en digital design, bij een stroomstoring gauw klaar is. “Alles loopt via
internet”, vat hij kort samen. Wel kan Pageking iets betekenen voor anderen, bedenkt hij
even later. “We zitten dichtbij het station. We zouden gestrande reizigers tijdelijk onderdak
kunnen bieden, bijvoorbeeld.” De middag zet hem sowieso wel aan het denken. “Een
noodpakket voor op het werk, in de vorm van water, bijvoorbeeld.”
Wat moet echt doorgaan?
Om anderen te kunnen helpen, moet een organisatie natuurlijk eerst zelf overeind blijven.
Tijdens zijn workshop laat crisisadviseur Robbert Meulemeester van PM – Risk Crisis
Change zien dat bedrijfscontinuïteit vooral begint met keuzes maken. “Welke producten,
diensten en functies vormen de ruggengraat van onze organisatie?”, is volgens hem de
eerste vraag. Niet alles kan tijdens een ernstige verstoring op het normale niveau doorgaan.
Een organisatie moet daarom bepalen wat absoluut noodzakelijk is, hoelang iets mag
uitvallen en welk minimaal niveau van dienstverlening nodig blijft.
Vervolgens moet je weten waarvan die activiteiten afhankelijk zijn: medewerkers, gebouwen,
leveranciers, ICT, informatie of apparatuur. Juist daar kunnen onverwachte kwetsbaarheden
zitten. Zo vertelt Meulemeester over verschillende afdelingen die allemaal dachten in een
noodsituatie gebruik te kunnen maken van een noodaggregaat. Alleen: er was maar één
aggregaat.
Weten wat je zelf nodig hebt als iets misgaat. Daarover nadenken en oefenen. Maar
vervolgens ook om je heen kijken. Dat deed Winters Bouw & Ontwikkeling bijvoorbeeld ook
tijdens de corona-crisis. “Door noodlocaties te bouwen”, vertelt Rick Christianen,
veiligheidscoördinator bij het bedrijf. Hij ziet vooral kansen in samenwerking. “Wat kunnen
bouwbedrijven samen doen in geval van crisis? Wat verwacht de Veiligheidsregio van ons?
Kunnen we iets met de bouwketen die we hebben?”, geeft hij een voorzet. Mogelijkheden
om iets te betekenen genoeg, maar een overkoepelend plan kan helpen, denkt hij.
Veerkracht
Het sluit aan bij de boodschap van Meulemeester: zorg dat je je eigen plan op orde hebt,
dan kun je ook voor anderen van waarde zijn in een crisis. Het zorgt ervoor dat je
organisatie veerkrachtig is in tijden van crisis.
Het belang van veerkracht maakt BredaPhoto-directeur Friso Wijnen duidelijk tijdens een
korte rondleiding langs enkele van de exposerende fotografen in Carré Chassé. Het thema
van deze editie is immers Troost en veerkracht. “Je zult hier ook bovenal verhalen zien die
als vertrekpunten vaak moeilijk zijn, soms treurig, maar waarbij altijd toch iets van hoop
doorheen spreekt. Het is in ieder geval in de verbinding met elkaar, of op een andere manier
door iets uit te spreken, dat je toch weer verder komt en dat je veerkracht vindt.”
Die verbinding zoekt BredaPhoto zelf ook nadrukkelijk op, bijvoorbeeld met vrijwilligers,
buurtbewoners en bezoeken aan mensen die niet zelf naar het festival kunnen komen.
Daarmee maakt hij duidelijk dat weerbaarheid niet alleen zit in noodaggregaten,
draaiboeken en voorraden. Ook een netwerk van mensen die elkaar kennen en weten te
vinden, dat maakt een stad sterker.
Als je de foto’s in hoge kwaliteit wilt hebben, stuur dan een mail naar tess@betrokkenondernemersbreda.nl. Bij gebruik van foto’s altijd fotograaf Ron Magielse











